Er zijn weinig mensen die van mening zijn dat geweld als opvoedingsmiddel een kind op het rechte pad zal houden. Zeker niet wanneer dat geweld gebruikt wordt om een kind te vernederen, pijn te doen of letsel toe te brengen. Als CDA-fractie hebben we ervoor gekozen om naast voorlichting een norm in het Burgerlijk Wetboek op te nemen die fysiek en geestelijk geweld in de opvoeding verbiedt.De meeste kinderen groeien op in een gezin. Daar ligt de basis voor het ontwikkelen van kinderen tot volwaardige deelnemers in de maatschappij. Opvoeden gaat soms met horten en stoten. Kinderen hebben het nodig om grenzen te leren kennen voor wat mag/kan en wat niet kan/mag.
Ouders hebben als eerste de taak deze grenzen aan hun kinderen te leren. Bij overschrijding van deze grenzen is correctie op zijn plaats. De norm ‘geen geweld in de opvoeding’ in het Burgerlijk Wetboek geeft aan ouders de grens van de correctiemogelijkheden aan. De bedoeling van een corrigerende maatregel is dus “grenzen stellen” en niet geweld toebrengen als straf. Voor de CDA-fractie is deze wet daarom een belangrijk onderdeel van het pakket aan maatregelen dat dit kabinet heeft uitgezet voor jongeren én hun ouders die hulp en ondersteuning nodig hebben bij de soms moeilijke periode van opgroeien en opvoeden.
Waar geweld in de opvoeding structureel wordt is sprake van kindermishandeling. Kindermishandeling is een heel ernstige zaak en zeer bedreigend voor kinderen. Het is dus van belang dat er al vroeg signalering plaatsvindt, bijv. op het consultatiebureau. Ook de omgeving (/familie/school/buurt e.d.) kan bij vermoeden van kindermishandeling dit melden bij het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling. Ook kan de situatie thuis verbeterd worden d.m.v. begeleiding of therapie, en bij ernstige gevallen uithuisplaatsing.
In de afgelopen jaren heeft de CDA-fractie zich ingezet voor ouders die steun nodig hebben bij de opvoeding. door onder andere de motie Verhagen, die €50 per geboren kind aan gemeenten beschikbaar stelt voor met name opvoedingsondersteuning, en het beschikbaar stellen van extra middelen voor opvoedingsondersteuning oplopend tot € 35 miljoen in 2008.